TOEN DE DAGEN REEDS ZOMERS WAREN

Het was een aantal jaren geleden in het voorjaar toen de dagen reeds zomers waren.
Op een van die dagen zat ik achter in mijn tuin te lezen en begon door de opkomende warmte wat weg te dwalen.
In die sfeer hoorde ik een aantal tuinen verderop een baby huilen die waarschijnlijk zijn middagslaapje niet kon vatten, en ik dacht:

Ik hoor een baby schreien, huilend van pijn misschien door niet te stuiten expansiedrift.
De herinnering aan een nabij verleden, aan de tijd hiervoor, waarin ruimtelijkheid en uitdijen gemeengoed was.
Misschien jaren vertoefd in het geestelijke gebied om voorbereid te worden voor een nieuwe geboorte en nu nog strijdend met de herinnering aan die sfeer, in zijn huidige beperkte fysieke vorm.

De herinnering aan zijn geestelijk bestaan die bij zijn geboorte niet geheel werd uitgewist.
De pijn te voelen, gekoppeld aan iets dat niet meer wordt gekend.
Zelf te klein om te begrijpen en niet begrepen worden.
Wel blijven vechten in een afscheid van een wezenlijk gevoel.

Even is het stil……om daarna snel het pijnlijke nog niet begrepen nu te ervaren.
Zo’n klein mensenkind, een schreiend bewijs van onze herkomst, wachtend op de komende jaren van wasdom.
Want zoals de bloem de voorbode is van de vrucht, ligt in dit kleine mensen kind reeds de belofte van de volwassenheid besloten.
Alles aanwezig dus, maar zich nu nog zettend, tot het aardse evenwicht is gevonden.
Een kleine mensen-vorm waarin de drift tot groter, elke minuut wordt ervaren………

Of ….is het gewoon een baby die in de te warme zon ligt en de onaangenaamheid van een volle luier met luide stem tot mijn oor laat doordringen.
Nooit zal ik het weten, want deze zelfde baby is nog niet in staat om zich op een andere wijze uit te drukken.
En….hij of zij heeft nog gelijk ook: Want je stort in een oogwenk vanuit de hemel op aarde neer,
maar om van de aarde op te stijgen naar de hemel, is zelfs een leven lang vaak niet genoeg.

Leonard Zonneveld