MIDDEN IN DE WINTERNACHT

Midden in de winternacht ging jij door een landschap,
overdekt met versgevallen sneeuw.
Een landschap gelijkend op een witte deken,
die het maanlicht terugzond naar het gewelf aan de hemel.
In die sfeer zocht jij naar die ene Grote ster;
de ster die met zijn licht jouw levenspad zou wijzen.

Terwijl jij langzaam één werd met de wereld om je heen,
geleek het alsof jij doelloos zou moeten dwalen,
daar jij deze wijzer nimmer vond.
Echter…toen de stilte het van jou won,
verstond jij de woorden van de dwarrelende laatste sneeuw.

Plotseling besefte jij dat door al het gaan,
jij niet kon weten waarom het donker jou nooit overwon.
Het was het licht, komend vanuit jouw hart,
die jou je weg liet zien.

Door de witte wereld om je heen begreep je,
dat het te volgen licht die jij dacht te zoeken,
de Godsvonk moest zijn die ooit gelegd werd in jouw ziel.

Leonard Zonneveld