ANTWOORD

Toen de Zon onderging
en de horizon in gouden gloed stond.
De Lotussen in de vijvertuin toesloten voor de nacht;

De Maan voorzichtig zijn eerste licht
toezond naar de sterren
en de wind zich te rustte legde in de weide
van een groene berghelling.

Toen sloot jij voortijdig jouw ogen
voor de allerlaatste keer
en ontwaakte in een land
waar de Zon met zijn gouden licht
nooit meer onder gaat.

De Lotussen de ganse tijd van hun
prachtige kleuren prijsgeven.
Waar de Maan en sterren zich bundelen met de Zon
en waar de wind met zijn zachte hand
de lieflijkste geuren verspreidt.

In dit land, dit mooie, mooie land
spreekt men slechts drie woorden:
Wij – hebben – lief

Leonard Zonneveld