IK VLIEG ERUIT

Als kind had ik ‘vreemde’ ervaringen.
Ik kon s’nachts vliegen.
Nu ik hierover in mijn leven meer kennis heb vergaard,
weet ik dat het hier uittredingen betroffen.
De gebeurtenissen van toen,
maken dat ik nu, na een ‘werkzame’ overbrugging,
alles dat mij overkomt, gemakkelijker kan verwerken.
Het vliegen diende als voedingsbodem voor de komende tijd.

VLIEGEN​ (in de jaren ’50)

s’Avonds net rustend in bed op twee hoog
vloog ik eruit als een pijl uit een boog.
Zwevend over vlakten, bergen en dalen
voelde ik mij bevrijd van de sleur uit het dagelijkse malen.

Mee mocht ik weer om niet te vergeten.
Even bewust van geheel mijn ziels-weten.
Kende weer mijn opdracht in dit leven verkozen:
Leef niet voor jezelf, maar wijs de “thuis-lozen”.

Beminden kwamen mij nader; de aarde ontstegen,
gingen met mij vliegen langs nooit verwachte wegen.
Weefden uit hun wezen, als een gouden draad,
het vloeien van liefde in mijn eenvoudig gewaad.

Als hierdoor de wil kwam niet weer te gaan keren,
stuurde men mij terug; uitwissend de “sferen”.
Het “weerzien” in mij, door schoonheid bevangen,
deed groeien mijn lotus uit innig verlangen.

In jonge jaren was dit mij nog gegeven,
ik raakte dit kwijt in bouwend aards streven.
Als het nu, een moment, te zwaar wordt in mijn leven,
denk ik: Eens vloog ik eruit, mocht het nog maar eens even.

Leonard Zonneveld