INNERLIJKE LANTAARNS

INNERLIJKE LANTAARNS

Eens in de 26.000 jaren; wanneer de zodiak vol is; wanneer de 12 eeuwen van de dierenriem zijn doorlopen, vindt er een feest van licht plaats.
Op het laatst gehouden feest kwamen velen onder leiding van de Grote Meester bijeen.
Het feest was een afsluiting van een periode, maar tegelijkertijd ook een nieuw begin, want na het feest van licht zouden velen uitzwermen over het toen bestaande universum, om op ervaringsreis te gaan.

Op een bepaald moment betrad de meester het spreekgestoelte en hij sprak:
“Jullie zijn hier gekomen om hier het grote feest van licht te vieren en jullie hebben je daarvoor de prachtigste kleding aangeschaft met schitterende sierraden en gewaden.
Het doet mij deugd zovelen hier in blijdschap te ontmoeten. Ik zie dat u er van geniet.
Maar toch zie ik ook enige droefheid. Droefheid omdat na dit feest van licht de dag van morgen volgt, de dag dat u dit oord zal gaan verlaten, om erop uit te trekken. Maar ik zeg u; die droefheid is niet noodzakelijk. Het feest van Licht dat u nu ervaart kunt u ten alle tijden op uw reis ervaren. De vreugde die u nu beleeft kunt u ten alle tijden beleven.
U kunt dit elke dag weer beleven door het licht met u mee te dragen.

Gelijk aan uw groei die zal gaan plaats vinden, zal de sterkte van uw licht toenemen.
Zal dit licht zover toenemen, dat het op een bepaald moment u helemaal zal omstralen.
Om u hierbij te helpen krijgt ieder van u, van mij een lantaarn met een brandend licht uitgereikt. En dat licht zal ik nemen van het grote licht dat hier nu aanwezig is”.

En zo geschiedde: telkens wanneer de meester van het grote licht een lichtje nam, en het aan een van de aanwezigen uitreikte, nam het grote licht niet af. Het bleef dezelfde kracht uitstralen, ook nadat ieder van hen zo’n lantaarn met licht had gehad.

De meester sprak weer: “Wanneer u nu na dit feest hier vertrekt, wil ik u vragen met uw lantaarn met licht, het universum in te trekken om dit licht aan zoveel mogelijk mensen te tonen. En wanneer de mens die u ontmoet ook gaat verlangen naar zo een licht, geef hem dan van uw licht. Want ook u kunt oneindig van uw licht geven.

Wanneer u er op uit trekt vraag ik; voorzichtig en verantwoord met uw licht om te gaan. Bescherm het en zoek zelf een wijze waarop dat het best kan”.
En zo was het toen allen een lichtje hadden ontvangen dat zij tegen het eind van het feest afscheid van de meester namen en erop uit trokken.

Na verloop van tijd kwamen de meesten van de deelnemers aan het feest van licht weer terug tot de meester. En zie de grote groep die oorspronkelijk was vertrokken had zich in drieën gesplitst. En ieder van die groepen deed verslag van hun bevindingen en ervaringen.

Een groep, duizend maal duizend in getal, was het universum in getrokken en belandde op een planeet die was bedekt met het prachtigst gesteente.
En men bedacht dat men op zou gaan in dit minerale gesteente om het licht dat werd meegedragen door het gesteente heen naar buiten te laten schitteren. Een groter eerbetoon aan het licht kon niet worden gegeven, zo dacht men.

Maar er was niemand die dit flonkerende, lichtende, mineraal kon ontmoeten, want er was slechts gesteente op deze planeet. Zo keerde men slechts met de ervaring van het mineraal in zich, na eeuwen weer terug tot de meester.

Een tweede groep, duizend maal duizend in getal, was het universum ingetrokken en belandde op een planeet met vele prachtige planten. En men bedacht dat men op zou gaan in deze weelde en dat men hun licht zou laten uitstromen over het talrijk aanwezige groen. Wat je zag gebeuren was, dat het stralende witte licht van de reizigers, zich deelde in de prachtigste zachte kleuren. Overal zag je bloemen ontstaan die elk naar hun vermogen het licht uitdrukte, ieder schitterde in zijn eigen kleur.

Maar er was niemand die deze prachtige bloemen kon ontmoeten, want op deze planeet bestonden nu enkel planten en bloemen. Deze groep keerde slechts met de ervaring van het plant zijn, na eeuwen weer terug tot de meester.

Een derde groep, duizend maal duizend in getal, was uitgestroomd in het universum en belandde op een planeet waar een bepaalde soort dieren leefden.
En men bedacht ieder met zijn licht op te gaan in een van de dieren. En zie een grote schakering van allerlei diersoorten begon te ontstaan. En het leven van deze dieren werd levendig en vruchtbaar. Maar helaas ook hier leefden geen mensen om hen te ontmoeten, en zo kwamen ook zij na eeuwen weer terug tot de meester met slechts de ervaring van het dier in zich.

Zo keek de meester rond en zag wat de tot hem terug gekeerde lichtdragers met hun licht hadden aangericht. Tot er ergens achteraan door de meester een klein kind werd opgemerkt.
“En jij”, zo sprak de meester; “klein mensenkind hoe heb jij je lantaarn met licht met je meegevoerd, en wat heb jij ervaren” ? “Ik meester”, zei het kind enigszins schuchter: “misschien was het niet Uw bedoeling, maar ik heb de lantaarn helemaal niet meegenomen. Ik heb namelijk het licht eruit genomen en het geborgen achter een deurtje van mijn hart. En het straalde door mij heen naar buiten. Zo heb ik het alle tijd in mij meegedragen en IK BEN op pad gegaan naar de aarde. En ieder die ik, waar ik ook kwam, ontmoette zag ik op dezelfde wijze oplichten. Bij eenieder die ik ontmoette begon het innerlijk licht ook naar buiten te stralen en die zei tot mij, IK BEN licht”.

De meester was verheugd en sprak tot de aanwezige volwassenen: “Zie hier uw voorbeeld, wordt als dit kind. Want ieder die als dit wijze kind kan stralen zal zich een toegang verschaffen tot het eeuwige rijk van licht”.

Leonard Zonneveld