ALLES IS GOD

God is voor mij de totale som van alle wetten, en alle energieën die door deze wetten worden geregeerd. Die samen het hele zichtbare en onzichtbare universum vormen. Alles wat we weten en zien, horen en voelen en alles wat we niet weten, zien, horen en voelen; alles in de totaliteit van de kosmos is God. Ieder uiterlijk verschijnsel behoort tot God en de ruimte tussen deze verschijnselen behoort tot God. Dus in de meest letterlijke betekenis van het woord is er niets anders dan God.

U bent God, ik ben God, alles is God. En omdat alles God is, is er tegelijkertijd géèn God, in die zin dat je niet zo naar iemand kunt wijzen en zeggen: kijk, daar heb je God. God is alles wat je ooit hebt geweten of had kunnen weten en alles buiten het bereik van wat jij aan kennis bezit. Deze God ongemanifesteerd, ongeschapen wenst zichzelf te leren kennen in al zijn mogelijkheden, al zijn mogelijke aspecten, al zijn hoedanigheden en incarneert zich d.m.v. ons.

Gaandeweg wikkelt God zich d.m.v. ons in die tegenovergestelde pool van zichzelf, die wij ‘stof’ of verharding noemen. Naarmate de verharding toeneemt, groeit de onderlinge verwijdering. Wij krijgen dan te maken met goed en kwaad, dag en nacht, positief en negatief. We raken gevangen in het dilemma van de paren van tegenstellingen. Door o.a. het proces van meditatie, dat tot eenheid kan voeren met ons eigen ziele-aspect, kunnen we deze schijnbare tegenstellingen met elkaar verzoenen. Kunnen we tussen beide tegenstellingen in gaan staan. In dat midden staat de ‘kenner’ die weet dat er goed noch kwaad is, dat alles één is, dat alleen God bestaat.

Zo is het mogelijk God te leren kennen op een bepaalde manier, zonder dat het daardoor mogelijk wordt om deze ervaring met behulp van woorden over te dragen. God kan onmogelijk gekend worden of uitgelegd worden op het niveau van praten. Ik geloof, dat God alleen gevoeld en begrepen kan worden als een ervaring, als dat wat is, wanneer we onze gedachten transcenderen (verhogen), wanneer we boven die gedachten uitstijgen en verblijven in die toestand van gedachteloos gewaarzijn van de totaliteit, het Al, zonder enig gevoel van ‘zelf. Alleen dan kunnen we God kennen.

De meesten van ons kunnen, gezien onze ontwikkeling, die ervaring misschien een fractie van een seconde of een paar ogenblikken ondergaan, maar die korte tijd is al voldoende om iets te voelen van de onbegrensdheid, de eeuwigheid van God. Dat is ook alles wat je na zo’n ervaring kunt zeggen. Een echte beschrijving is niet te geven. Zodra je probeert dat toch te doen, dan beschrijf je een herinnering, een ervaring die niet langer God is.

God is dus de bron van alle bestaan, is achter alles aanwezig.

Schrijf je over God dan schrijf je over Liefde
Praat je over God, dan praat je over Liefde
Hoor je over God, dan hoor je over Liefde

Denk je over God, dan denk je over Liefde
Zie je God, dan zie je liefde
Ken je God, dan ken je liefde

M.a.w. ervaar je liefde dan ervaar je God
Ben je liefde dan ben je in eenheid met God.

Leonard Zonneveld