DE ZEE VAN LIEFDE EN LICHT

Ooit meryaden van tijden geleden was er die zee waarin jij je bevond. Onbewust was jij van je persoonlijke zijn. De zee waarin jij je bevond was een zee van licht. Waar je was, hoe je was en wie je was ; het was doordrongen van stralend wit licht.

En die zee was als het lichaam van een grote met liefde gevulde en van liefde vervulde kracht. Die zee van stralend wit licht was een zee vol van stralende liefde. Dat is je oorsprong. Dat is waar je vandaan komt.

Na ontelbare jaren te hebben vertoefd in die schitterende zee was het alsof er een zo hoog oplopende druk van liefde plaatsvond, dat het niet anders kon dan dat er een explosie volgde van gelukzaligheid. Biljarden vonken kwamen vrij, of zo je wilt Biljarden sterren kwamen vrij; en één van die sterren, één van die vonken dat ben jij.

Voor het eerst d.m.v. een verlichte explosie werd jij tot een zelfstandigheid. Een zelfstandigheid met daarbij het gevoel nog steeds behorend tot de zee van licht. Het moment van deze geboorte, schonk jou de mogelijkheid tot evolutie. Een evolutie, het aangaan van een nieuwe ontwikkeling,die jou zou dienen te voeren, komende vanuit gemeenschappelijkheid, via de zelfstandigheid-al doende lerend, verrijkt weer terug te keren naar een gemeenschappelijkheid.

Een gemeenschappelijkheid niet dezelfde als waar jij vandaan komt, maar met het grote verschil dat jij je uiteindelijk bewust zou zijn van je persoonlijke aanwezigheid in een zee van liefde en licht.

Welnu: na die lichtende, goddelijke explosie, dreef jij a.h.w. tijdenlang in een steeds verder uitdeiende geestelijke ruimte. Een ruimte zonder ervaarbare omvang, zonder begrenzing.
Gelijk ook jijzelf was zonder omvang en zonder een begrenzing.

Elke gedachte was een nieuwe creatie. Biljarden vonken, evenzovele biljarden gedachten werden evenzovele creaties, werden evenzovele scheppingen.

Er was geen ruimtelijke begrenzing, maar ook geen begrenzing in dat waar je verlangen naar uit kon gaan.
Zo kwamen velen uiteindelijk tot scheppingen die werden doorgevoerd vanuit het geestelijke tot in een vorm die je materie zou kunnen noemen. Zelfs zo ver doorgevoerd dat men zich begon te bewegen vanuit het geestelijke naar die gecreëerde materie en weer terug.

In het begin was het de ervaring als in een spel. Spelend, ontdekkend, maar later steeds verder de materie in , het geestelijke vergetend. Dit alles zover doorvoerend dat er geen weg terug meer mogelijk bleek. Met de schepping die je a.h.w. eerst buiten je creëerde, begon je je te identificeren. Je werd je door je eigen gedachte gemaakte schepping.

Des te vaster je in je oorspronkelijke schepping opging des te moeilijker werd het tot je normale geestelijke staat terug te keren. Uiteindelijk wist je niet meer hoe tot die geestelijke staat terug te keren.

Uit het vergeten van die lichtende geestelijke staat van liefde werd schaduw van, de naschijn van en de pijn van de herinnering aan je vroegere ervaren hetgeen dat bleef.
Samen met de oorspronkelijke vonk was dat de verwrongen herinnering aan een staat uit ver vervlogen tijden.

Met de essentie van die oorspronkelijke godelijke vonk is nu nog steeds elke cel in jouw lichaam doortrokken. Daarom ook is jouw gehele wezen , door alle tijden heen, doortrokken geweest van een onbestemd verlangen. Het verlangen om terug te keren naar de zee van liefde en licht.

Leonard Zonneveld