WIJ WAREN ERBIJ

Wie zal zeggen dat wij de oorlog niet hebben meegemaakt.
Wie zal beweren dat wij geen tranen hebben geweend.
Wie zal denken daarvoor zijn zij nog te jong van jaren.

Voorwaar ik zeg u, ook wij hebben een oorlog ervaren,
en niet te drogen tranen vaarden uit.
Vergis u niet in het beeld want mogelijk kunt u in jaren
honderden tellen bij die van u.

Als u denkt dat wij hier niet waren, kan ik u zeggen
​wij waren er temidden van.
Als u verschrikkingen hebt ervaren kan ik u zeggen
​wij ondergingen ze met u.
Als u doden hebt te betreuren onder uw naasten
​ik zeg u wij waren tussen hen.

Uw pijn van het ondergaan
was onze pijn van het eeuwen weten.
Uw verdriet voor groot verlies
was ons verdriet voor allen die vielen.
Uw angst voor het geweld droegen wij met u,
bij het zien van duizend angsten.

De gapende wond die bij u werd geslagen, dreunde bij ons door
bij het zien van miljoenen wonden.
De eenzaamheid die uw hart verscheurde, doorkliefde ons hart
bij het zien van de verscheurden die kwamen.
Uw onbegrip voor zoveel menselijk leed, bracht ook bij ons
moeilijk te begrijpen dat de mens tot zo iets in staat zou zijn.

U allen die meer dan 70 jaren kunnen tellen van verdriet en pijn,
probeer te berusten, want door uw tranen heen zou u kunnen zien
dat reeds velen zijn teruggekeerd.

Ik mag u zeggen dat zij die de brug vanuit dit leven passeerden,
nimmer werden gedood.
Want ons bezit van eeuwig leven kan door geen
vernietigende kracht, hoe groot ook, van ons worden genomen.

Daarom zeg ik u:
wij allen hebben het meegemaakt.
U die hier moest ervaren.
Wij die niet anders konden doen dan vrede en liefde zenden.

Leonard Zonneveld