TOEN IK BEWUST BUITEN GING

Een zonnige dag nadert zijn onttroning,
wind en donkere luchten trekken binnen.
Terwijl ik juist buiten ben van zinnen,
verdwijnen anderen bij bliksemslagen in hun woning.

Druppels kleuren het straatwerk gelijk duizend waterkwasten.
De lucht vult zich met fosfor, grijs.
De natte grond geeft van zijn geuren prijs.
Hoorbaar kreunen struiken onder zwaar geworden lasten.

Ik schouw dit alles en daar waar niemand is gebleven,
geraak ik in verbonden staat ontloken.
Tekenen schichten het donker vol met spoken,
waarna het overspannen licht met de donder wordt verdreven.

Langzaam keert alles uit zijn opgewonden staat van-een.
De elementen lieten even van zich horen.
En ik, ik leek eenzaam in mezelf verloren,
bleek echter op te gaan in alles om mij heen.

Van dit alles bewust stond ik er even middenin,
meer nog dan, voordat ik buiten ging.

Leonard Zonneveld