SCHOONHEID IN MIJN TUIN

Ik zie het wit als vers gevallen sneeuw
slingerend door het groen,
na het rijk verstrooide geel
van daarvoor en later-

het rozerood dat opkomt met de zon
en daar waar ik mijn ingrijpen begon
zoeken jonge wortels voorzichtig
naar het net gevallen water.

Mieren strelen luizen
in mijn nog niet ontloken rozenstruiken.
Daar waar ogen vrijelijk binnendrongen op mijn pad,
bouwt de natuur een barrière, door uitdijend blad
en ontluiken,-

klimplanten met hun naar binding zoekende vingers
steeds hoger naar het licht.
En ik, ik ben heden nog gezwicht,
voor zoveel schoonheid.

Leonard Zonneveld