SAMEN NAAR DE ANDERE OEVER

Kom maar, doe maar
klim maar op mijn rug en houdt stevig vast.
Ik zal je dragen naar het verre gindse land.
Leg je mantel nu maar af, die is niet meer nodig
want ik omhul je met mijn kleed.

Ik leen mijn voeten om nieuwe paden te betreden.
Zo plaats ik jou op de goede weg.
Geen wild stromend water
geen rivier hoe woest ook kolkend,
zal ons kunnen belemmeren.

De andere oever nodigt reeds uit.
Wees niet bang om achter je te laten
wat je nimmer kunt bezitten.
Laat maar los, dat maakt jou immers lichter om te dragen.

Zeg maar: “JA Ik WIL” en knip de dagelijkse draden door.
En al wadend zie je hoe de jouw vertrouwde grond
langzaam uit je zicht verdwijnt.

Aangekomen in het midden is er even twijfel,
de mogelijkheid te keren, dezelfde weg terug.
Maar jouw JA IK WIL echoot nog na
en stuwt ons naar het zalige zomerland.

Een schijnbaar onbekend land.
Hoe het daar is?
Velen mogen het reeds weten.
En ook jij weet, want ik draag jou
naar het land vanwaar je vele malen bent gegaan.

© Leonard Zonneveld 1998