MIJN WONING

Jij stond voor mijn woning
en ik opende mijn poort.
Mijn mond sprak terwijl jij vol ongeduld
trachtte te luisteren;
van al mijn goede bedoelingen
daarvan bleef jij onbewust.

Jij stond voor mijn woning
en ik opende mijn ogen.
Wij keken elkander aan
en ik, liet jou niet binnen.
Zo werd jouw honger
door mijn woorden niet gestild.

Jij stond voor mijn woning
en ik opende mijn oren.
Ik hoorde niet wat jij zo node mist
luisterde enkel naar de zinnen
die gedachten brachten in mijn eigen hoofd.

Jij stond voor mijn woning
en ik opende mijn hart.
Uit mijn mond sprak plots jouw stem
en mijn ogen zagen wie jij bent,
mijn oren hoorden hoe jouw gevoel kon spreken.
Zo versmolten onze harten
en werden wij EEN en HEEL.

Leonard Zonneveld