MIJN JONGSTE KLEINDOCHTER

Jij bijna 2, ik bijna 66.
Samen kleurtjes herkennen.
Nieuwe woordjes leren.
Torens bouwen.
Spelen in het water en het zand.
Samen schateren en knuffelen.
Ik hoor jou roepen: Opa tentje spelen.

Jouw eerste kind bijna 2, ik bijna 94.
Samen jouw schilderijen uitzoeken om te exposeren.
Je zoveelste boek is net uitgegeven.
Je huis in zuid-Frankrijk is bijna klaar.
Direct aan strand en zee.
Wij lopen arm in arm in een warm gevoel.
Op de achtergrond horen wij: Mama tentje spelen.

Jouw kleinkind is bijna 2, ik bijna 124.
In de kleurenpracht van de natuur vraag je mij of ik goed zit.
Wij converseren met elkaar over wat er allemaal is geschied.
Jij ondersteunt mij als we de trappen af dalen.
Met mijn voeten in het zand geef je mij wat water.
We genieten van elkaar en het rijke leven.
Ik hoor nauwelijks nog het roepen: Oma tentje spelen.

Leonard Zonneveld